| 
Als dierenarts moet je het natuurlijk erg leuk vinden om de hele dag met dieren bezig te zijn. Maar omdat dieren niet kunnen vertellen waar ze pijn hebben, zal je ook veel met de eigenaren moeten praten.
Veel tijd van je werkdag zul je afspraken hebben, waar je in een korte tijd moet bedenken, wat voor soort ziekte het dier heeft. Je moet het dan ook goed uitleggen aan de eigenaar, want die wil graag weten wat zijn huisdier precies heeft. Ook zul je misschien echo´s of röntgenfoto´s maken of opereren. Al deze dingen zijn erg verschillend en steeds zul je je weer afvragen of wat je ontdekt, klopt met wat je had bedacht.
Soms zul je misschien een bijzonder dier moeten onderzoeken, zoals een struisvogel of een slang, want die worden natuurlijk ook soms ziek.
Af en toe moet je ook een dagje bijscholing volgen, om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen.
Dierenartsen geven aan de eigenaren ook voorlichting over voeding, verzorging, parasietenbestrijding en degelijke. Ook worden veel dieren jaarlijks geënt tegen bepaalde ziekten en worden ontwormd. We noemen dat preventieve diergeneeskunde, ¨om ziektes te voorkomen”.
Als dierenarts moet je niet bang zijn om vies te worden en het niet erg vinden om 's nachts uit je bed gebeld te worden voor een ziek dier.
Het leukste is natuurlijk, het helpen bij de geboorte van een jong dier. Maar helaas moet je ook wel eens een ongeneeslijk ziek dier uit zijn lijden verlossen, en dat is natuurlijk minder leuk.
Als dierenarts kun je veel verschillend werk doen. Je zou er niet zo snel aan denken, maar er zijn ook dierenartsen die zich bezighouden met de gezondheid van de mens. De gezondheid van de mens kan door zieke dieren bedreigd worden, bijvoorbeeld wanneer de mens vlees eet van een ziek dier (je hebt waarschijnlijk wel eens gehoord van de gekkekoeienziekte). Daarom moet al het vlees, alle eieren en alle melk gecontroleerd worden, voordat het in de winkel komt. Dit wordt deels door dierenartsen gedaan.
Ook zijn er dierenartsen die onderzoek doen, bijvoorbeeld naar medicijnen voor dieren of naar nog onbekende ziektes.
En er zijn ook dierenartsen die op middelbare scholen les geven. Bijvoorbeeld op een VMBO of VWO in de vakken anatomie, fysiologie, gezondheidsleer en dergelijke.
Opleiding
Om dierenarts te kunnen worden moet je op de middelbare school eerst een VWO-diploma gehaald hebben, met het profiel “natuur en gezondheid” of “natuur en techniek (met biologie 1 en 2)”.
Na de middelbare school moet je vervolgens op een universiteit diergeneeskunde gaan studeren. In Nederland kan dat maar op één plek, en wel in Utrecht.
Ieder jaar melden zich ongeveer 1.000 mensen aan. Er kunnen per jaar helaas maar 225 studenten beginnen met deze studie. Daarom moet er worden geloot tussen de mensen die zich aanmelden. Als je betere cijfers hebt gehaald op je VWO-examen, heb je meer kans op een plaats!
De studie duurt zes jaar. In die zes jaar moet je kiezen of je dierenarts wilt worden voor huisdieren (hond, kat, konijn, vogel, enz.), voor landbouwhuisdieren (koe, varken, kip) of voor het paard.
Meer informatie over de studie diergeneeskunde in Utrecht, kun je vinden op de website van de
Faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

|