Enkele jaren gelegen poetste slechts een handvol huisdiereigenaren de tanden van hun hond of kat. Nu wagen tienduizenden zich wekelijks aan een tandenpoetsbeurt. Gebitsverzorging voor huisdieren is in.
>
MALDEN
Door Jacqueline Steenwijk/GPD De plastic beker met daarin de tandenborstel, tandpasta en de krabber om tandsteen weg te halen, staat al klaar. De honden Ayla, Lisa en Timie moeten eraan geloven. Bij Lianne van de Wijgaert uit Malden is het weer hondentandenpoetsdag. Overdreven? “Sommigen denken van wel. Maar waarom zou het raar zijn. Je borstelt toch ook de haren van je hond, je knipt de nagels en haalt de haren tussen de teennagels weg. Waarom zou je dan niet het gebit verzorgen,” zegt Van de Wijgaert.
“Bovendien, ik heb er een hekel aan als een hond uit zijn bek stinkt.”
Vijf jaar geleden hoorde Van de Wijgaert voor het eerst over tandenpoetsen bij dieren. Sindsdien doet ze het drie keer in de week, zonder problemen. Meestal met een kindertandenborstel, soms met de elektrische. Het is maar hoe het uitkomt. “Als je maar weet hoe je de bek op de juiste manier open maakt, laten ze het prima toe. Ze vinden het zelfs lekker.” Een beetje hondentandpasta op haar vinger voor de snuit van de Duitse staande Lisa zegt al genoeg. Die kan er duidelijk geen genoeg van krijgen.
Van de Wijgaert is al lang geen uitzondering meer. Volgens voorzitter John Pijnappel van de landelijke werkgroep veterinaire tandheelkunde zijn zeker tien- tot twintigduizend hondeneigenaren overgestapt op een vast poetsritueel van het gebit van hun hond en in sommige gevallen zelfs hun kat. “Al raden we het bij katten niet meer aan. Die moeten er meestal niets van hebben.” Vijf jaar geleden werd de werkgroep opgericht met als doel de veterinaire tandheelkunde naar een hoger vlak te tillen. Toen was er volgens Pijnappel nog nauwelijks aandacht voor gebitsverzorging van dieren. “Als de tanden en kiezen aan het rotten waren, werden ze getrokken. En dat was het. Voor andere gebitsbehandelingen was een dierenarts helemaal niet opgeleid. Daarvoor moest je met het dier naar de gewone tandarts. Maar die heeft weer geen verstand van een dierengebit.” Een hond in de stoel van een tandarts is volgens hem verre van ideaal. “Ik heb het één keer meegemaakt. Toen ik die tandarts bezig zag, zonder gevoel voor het dier, met dezelfde instrumenten die voor de volgende patiënt werden gebruikt, dacht ik: dit kan echt niet.”
Uitzonderingen daargelaten. De oprichting van de vakgroep was namelijk een initiatief van een tandarts, Peter Remeeus en een dierenarts, Andries van Foreest. Beiden leggen zich al jaren toe op gebitsbehandelingen van dieren. Van Foreest: ‘Toen ik ermee begon, werd ik uitgelachen door mijn vakgenoten. Je werd toch geen dierenarts om aan een gebit te sleutelen.’ Inmiddels telt de vakgroep 28 dierenartsen. Een kies laten vullen, een tandcorrectie met behulp van beugels, een kroon plaatsen, het kan allemaal, mits de eigenaar van het dier maar betaalt en het in het belang is van het dier. “Een kies redden omdat het mooier is, doen wij niet. Het moet functioneel blijven.”
Volgens beide artsen komt het overigens wel voor dat dieren om cosmetische redenen een gebitsbehandeling krijgen. “Als er een markt voor is, dan kun je ervan uitgaan dat er ook artsen zijn die dit willen doen”, zegt Pijnappel. Het vullen van een kies of tand kost rond de twee- tot driehonderd euro. Bij een kroon of wortelkanaalbehandeling gaat het al snel om een bedrag van achthonderd euro. Kosten die baasjes kunnen voorkomen door het gebit van hun dier beter te verzorgen, stelt Pijnappel. Poetsen dus.
Al helpt dat niet tegen alles, weet hondeneigenaresse Van de Wijgaert. “Ik ben vaak zuiniger op tanden van mijn honden dan zij. Ik kan poetsen wat ik wil. Maar als ze weer een steen in de bek nemen, dan breekt er toch echt zo nu en dan een tand af.”
|