De operatiepatiënt


Uw huisdier moet geopereerd worden. Dat is niet iets om onvoorbereid te ondergaan. Vooraf hebben wij informatie nodig over de gezondheidstoestand van uw dier. Het kan zijn dat u daarvoor een formulier moet invullen. U moet ook een aantal dingen weten. Welke? Dat staat hieronder beschreven.

Narcose of plaatselijk verdoven
De meeste operaties vinden plaats onder algehele narcose, maar bij kleinere operaties kan het voldoende zijn om uw huisdier eerst rustig te maken (dat noemen we 'sederen') en het dan een plaatselijke verdoving te geven.

Voorafgaand aan de operatie
Voorafgaand aan de operatie wordt u de mogelijkheid geboden om een zogenaamd "pre-anesthetisch" bloedonderzoek te laten uitvoeren. Dit bloedonderzoek geeft informatie over de werking van lever en nieren en het eventuele voorkomen van ontstekingen of bloedarmoede. Met behulp van dit onderzoek kunnen eventuele risico's beter worden ingeschat. Bij dieren die ouder zijn dan 7 jaar vinden wij een dergelijk bloedonderzoek noodzakelijk.

Een ouder dier of een dier waarmee u al vaker voor hetzelfde probleem bij de dierenarts bent geweest, kunt u beter enkele dagen voor de operatie nog even laten onderzoeken. Zo kan het (narcose)risico beter worden ingeschat en de narcose desgewenst worden aangepast.

Als er gezondheidsklachten optreden tussen het moment van het maken van de afspraak en de operatie zelf, overleg zo snel mogelijk hierover met ons.

Als uw dier wakker genoeg is om naar huis te gaan wordt u opgebeld.

De dag van de operatie
Zorg dat uw huisdier nuchter is. Mogelijk kan hij tijdens de narcose braken en kan er voedsel in zijn longen terecht komen.
Voor alle huisdieren behalve knaagdieren, konijnen en fretten geldt dat ze 12 uur voor de operatie niets meer mogen eten. Voor katten kan dit betekenen dat u ze 12 uur voor de operatie binnenhoudt, om te voorkomen dat ze elders hun eten bij elkaar sprokkelen. Water drinken moet nog wel mogelijk zijn. Fretten mogen tot 6 uur voor de operatie eten.

  • Breng het dier op de afgesproken tijd.
  • Zorg dat het schoon is en geen vlooien heeft, maar wacht niet met de anti-vlooien behandeling tot vlak voor de operatie.
  • Laat een hond vooraf plassen en zijn ontlasting doen op een zo schoon mogelijke plaats.
  • Breng uw hond met een halsband om en aan een korte riem.
  • Breng uw kat in een stevig mandje. Uw konijn of knaagdier doet u in een mandje of doos zonder strooisel. Neem eventueel wat voer mee in een apart bakje. Voor uw fret volstaat een mandje met een lap erin. Neem apart wat voer voor hem mee.
  • Laat een telefoonnummer achter waarop u tijdens de operatie bereikbaar bent.

De eerste uren na de operatie
Uw huisdier komt na de operatie bij uit de narcose in een verwarmde omgeving. Als het nodig is, krijgt hij antibiotica en pijnstillers toegediend. Is het dier voldoende wakker, dan mag hij mee naar huis.

De narcose heeft tot gevolg dat uw dier wankel en moe is en soms misselijk. Hij heeft de eerste dag veel extra zorg en aandacht nodig. Let er op dat het geopereerde dier niet weer suf wordt. Het moet wel op uw aandacht reageren.

Het dier moet warm aanvoelen. Als u twijfelt, kunt u de lichaamstemperatuur meten met een thermometer in de anus. De temperatuur moet tussen de 38 en 39 graden Celsius liggen. De kleur van de tong moet roze zijn.
U krijgt van ons instructies over het eten, drinken en medicijngebruik van uw huisdier. Volg deze nauwgezet op.
Operatiewonden worden bij huisdieren meestal niet verbonden. Gaat uw dier er toch aan likken of krabben, overleg dan met ons wat u daaraan kunt doen.

Houd een hond warm en rustig.

Laat uw hond af en toe kort uit aan de riem.

Zorg dat een kat niet thuis op hoge meubels springt. Laat haar eventueel in het reismandje zitten of houd haar in een kleine ruimte tot ze weer stevig op de been is.

De eerste dagen na de operatie
Afhankelijk van de aard van de ingreep; laat u uw hond de eerste dagen aangelijnd uit. Laat hem niet springen of spelen.
Houd uw kat de eerste dagen na de operatie binnen. Buiten kan zij opgejaagd worden waardoor de wond onder spanning komt te staan.
Na 7-10 dagen, soms nog later, moeten de hechtingen verwijderd worden. Wanneer dat precies is, wordt u verteld als u de operatiepatiënt komt ophalen. Het dier is meestal snel weer de oude.

Als alles goed verloopt zal uw huisdier snel weer de oude zijn. Maar soms gebeuren er dingen waardoor u ongerust wordt. Wanneer moet u ons raadplegen? Dat zetten we hieronder op een rijtje.

U waarschuwt ons als:

  • Het dier enkele uren na thuiskomst nog steeds erg suf is of steeds suffer wordt.
  • Het dier erg koud aanvoelt.
  • Er meer dan enkele druppels bloed uit de wond komen of als het dier bleek wordt.
  • Het dier veel braakt.
  • Het dier de dag na de operatie nog niet drinkt en de tweede dag na de operatie nog niet eet.
  • Het dier thuis erg onrustig wordt.
  • Het aan de wond likt of krabt.
  • De wond rood en/of dik wordt.