Teken


Teken zijn spinachtige parasieten die een gastheer nodig hebben om te overleven. Het maakt de meeste teken daarbij niet uit of het een mens, hond, kat of ander dier is.

Teken zijn van belang, omdat ze dragers kunnen zijn van verschillende ziekteverwekkers. Deze kunnen op mens en dier worden overgebracht. Daarnaast kan een tekenbeet tot een irritatie en huidontsteking leiden.

Tekenfamilies en tekensoorten
Levenscyclus
Besmettingsrisico
Tekenbestrijding
Anti-tekenproducten

Tekenfamilies en tekensoorten
Wereldwijd zijn er ongeveer 870 verschillende tekensoorten bekend, die worden onderverdeeld in 2 families; de harde teken (Ixodidae) en de zachte teken (Argasidae). Verreweg de meeste tekensoorten behoren tot de groep van harde teken (ruim 650 soorten).

In Nederland komen ongeveer 14 soorten teken voor. Harde- en zachte teken verschillen van elkaar qua bouw en levenswijze.

Harde teken
Deze groep wordt onder andere gekenmerkt door de aanwezigheid van een hard schild (scutum) op de rug. Dit schild ontbreekt bij zachte teken. Het bedekt het voorste deel van de rug bij larven, nimfen en volwassen wijfjes. Bij de volwassen mannelijke teken is de hele rug bedekt. Naast het scutum is de lichaamshuid vrij rekbaar zodat een teek bij een bloedmaaltijd flink kan uitzetten. De teken die in Nederland vooral van belang zijn, omdat ze ziekteverwekkers op mens en dier kunnen overbrengen, behoren tot deze groep, zoals de Ixodes ricinus, Rhipicephalus sanguineus en de Dermacentor reticulatus.

Harde teken hebben voor ieder stadium een bloedmaaltijd nodig. Zo’n maaltijd kan dagen duren. Na een bloedmaaltijd kan een larve of nimfe òf van de gastheer vallen om op de grond te vervellen òf op de gastheer blijven en daar vervellen. Dit hangt af van de tekensoort. Zo zijn er tekensoorten die;

  • 1 gastheer nodig hebben, waarbij alle vervellingen steeds op dezelfde gastheer plaatsvinden;
  • 2 gastheren nodig hebben. Hierbij vindt de eerste vervelling op een gastheer plaats en de andere, van nimfe tot volwassen teek, op de grond;
  • 3 gastheren nodig hebben. In deze groep vinden alle vervellingen op de grond plaats, waarbij ieder stadium na de vervelling een nieuwe gastheer zoekt.

Na uit het ei te zijn gekomen of na een vervelling klimmen teken in lage gewassen, zoals struikgewas en hoog gras. Daar wachten ze op een geschikte gastheer. Larven en nimfen hechten zich voornamelijk vast aan de kleinere dieren, zoals muizen of vogels, terwijl volwassen teken grotere dieren, zoals egels en reeën, geschikter vinden. Steeds vaker belanden teken ook op mensen en honden. Dit komt omdat veel tekensoorten terrein winnen en zich over grote delen van ons land hebben verspreid. Ook trekken mensen met hun honden steeds vaker de natuur in. Dit heeft ertoe geleid dat het besmettingsrisico is toegenomen.

Zachte teken
Nimfen en volwassen zachte teken leven voornamelijk in de holen of nesten van hun gastheren. De belangrijkste in Nederland voorkomende zachte tekensoorten hebben duiven en vleermuizen als gastheer. De teken komen meestal ’s nachts te voorschijn om gedurende korte tijd bij hun gastheer bloed te zuigen. Een wijfje kan na iedere bloedmaaltijd eieren leggen. Ook mensen kunnen gebeten worden, wanneer er veel contact is met duiven of vleermuizen. Een beet is voor mensen pijnlijk, waarbij onder andere jeuk en koorts kan ontstaan. Zachte teken kunnen meerdere keren vervellen. Sommige zachte tekensoorten, zoals Argas reflexus bij duiven, kunnen jarenlang overleven zonder zich te voeden.

Soorten in Nederland
In Nederland zijn vooral drie "harde" tekensoorten van belang, omdat ze besmet kunnen zijn met verschillende bacteriën, virussen en parasieten die op mens en dier kunnen worden overgebracht. Deze soorten hebben 3 gastheren nodig om hun levenscyclus te voltooien.

Belangrijkste tekensoorten in Nederland:

  • Ixodes ricinus
  • Rhipicephalus sanguineus
  • Dermacentor reticulatus

Ixodes ricinus
De Ixodes ricinus teek komt in Nederland het meeste voor. De levenscyclus van deze teek duurt in Nederland ongeveer 2-3 jaar. Tijdens deze periode brengen de verschillende stadia (larven, nimfen en volwassen teken) maar 3 weken door op een gastheer. De rest van de cyclus vindt op de grond plaats. Omdat Ixodes teken gevoelig zijn voor uitdroging komen ze het meeste voor op plaatsen waar een wat vochtige bodem bestaat. Vrouwelijke Ixodes ricinus teken leggen ongeveer 1.000 tot 2.000 eieren. Hieruit zullen larven komen, die op zoek gaan naar hun eerste gastheer. De onvolwassen teken (larven en nimfen) worden daarbij het meeste aangetroffen op kleine dieren (zoals bosmuizen en vogels), terwijl de volwassen teken meestal op grotere dieren (reeën) worden gevonden. De verschillende stadia van de Ixodes ricinus worden meestal actief in maart, maar kunnen na een milde winter zelfs al in februari actief worden. De teken blijven actief tot oktober/november.

De Ixodes ricinus teken zijn van belang omdat ze een groot aantal ziekteverwekkers bij zich kunnen dragen. Deze ziekteverwekkers kunnen aan het einde van een bloedmaaltijd aan mens en dier worden overgebracht, zoals Babesia divergens bij koeien en Ehrlichia phagocytophila bij herkauwers, honden en mensen. De Ixodes ricinus is echter vooral bekend door het overbrengen van de bacterie Borrelia burgdorferi, die de ziekte van Lyme kan veroorzaken bij zowel mens als dier. In andere Europese landen kan de Ixodes ricinus ook besmet zijn met het tick-borne ecephalitisvirus (TBE-virus). Dit virus kan hersenvliesontsteking bij de mens veroorzaken.
Onderzoek van het RIVM heeft uitgewezen dat dit TBE-virus op dit moment nog niet in Nederlandse Ixodes ricinus teken te vinden is.

Rhipicephalus sanguineus
Deze tekensoort komt in tropische- en subtropische gebieden veel voor, maar oorspronkelijk niet in Nederland. Inmiddels is de teek met de hond over alle werelddelen verspreid. De teek wordt met name door honden van vakantiegangers in het Middellandse Zeegebied mee terug naar Nederland gebracht. Omdat de R. sanguineus in verwarmde gebouwen kan overleven wordt deze teek regelmatig aangetroffen in ons land. Binnenshuis voltooit de teek de cyclus in 3 maanden. In tegenstelling tot de Ixodes ricinus, die allerlei gastheren kent, komt deze teek vrijwel uitsluitend bij honden voor. Bij uitzondering echter ook op de mens.

De Rhipicephalus teek kan verschillende ziekteverwekkers bij honden en mensen overbrengen, zoals de verwekkers van de ziekten Babesiose en Ehrlichia bij de hond.

Dermacentor reticulatus
De Dermacentor reticulatus komt vooral voor in de tropen, subtropen en rond het Middellandse Zeegebied.

De Dermacentor teek is berucht als drager van de parasiet Babesia Canis, die bij honden de levensbedreigende ziekte Babesiosis kan veroorzaken. Tot voor kort werd deze ziekte alleen in Nederland gezien bij honden die mee op vakantie waren geweest in gebieden waar de Dermacentor teek voorkwam. Recent kregen 23 honden in Nederland de ziekte babesiose, waarvan er een aantal is bezweken. Geen van de honden bleek in het buitenland te zijn geweest. De honden moesten dus in Nederland zijn besmet. Naar aanleiding hiervan heeft de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht onderzoek gedaan. Hieruit bleek dat de Dermacentor teek zich nu ook permanent in Nederland heeft gevestigd en over een groot gebied verspreid is. Waarschijnlijk zijn de teken mee terug naar Nederland ‘gelift’ met honden die mee op vakantie waren geweest naar Zuid-Europese landen. Dit betekent dat honden ook in Nederland risico lopen deze dodelijke ziekte te krijgen.

De teek heeft een voorkeur voor braakliggende gebieden rondom steden. Rond steden worden veel honden uitgelaten en leven veel knaagdieren. Hierdoor zijn er genoeg gastheren beschikbaar. Door klimaatveranderingen, verstedelijking, het bouwen van buitenwijken en vakantiewoningen worden de leefomstandigheden van de Dermacentor teek in Nederland steeds beter.

Levenscyclus

De levenscyclus van een teek bestaat uit 4 stadia: ei, larve, nimfe en volwassen teek. Harde teken ondergaan tijdens hun ontwikkeling 2 vervellingen (van larve naar nimfe én van nimfe naar volwassen teek). Zachte teken kunnen vaker vervellen. Voor elke ontwikkelingsfase is een bloedmaaltijd nodig. Afhankelijk van hoeveelheid gastheren die de teek heeft (1,2 of 3 gastheren) kan een larve of nimfe òf van de gastheer vallen om op de grond te vervellen òf op de gastheer blijven om daar te vervellen. De paring tussen teken vindt meestal op de gastheer plaats, waarna het vrouwtje zich goed volzuigt met bloed. Uiteindelijk kan een volwassen vrouwtjes teek, volgezogen met bloed, wel een centimeter groot worden. Daarna laat ze zich vallen om eitjes te leggen, waarna ze dood gaat. De mannetjes kunnen langer op hun gastheer blijven.

Gastheren
De meeste teken hebben in iedere fase een gastheer nodig om hun levenscyclus te voltooien. Na uit het ei te zijn gekomen of na een vervelling klimmen teken in lage gewassen, zoals struikgewas en hoog gras. Daar wachten ze op een geschikte gastheer. Larven en nimfen hechten zich voornamelijk vast aan de kleinere dieren, zoals muizen of vogels, terwijl volwassen teken grotere dieren, zoals egels en reeën, geschikter vinden. Steeds vaker belanden teken ook op mensen en honden. Dit komt omdat veel tekensoorten terrein winnen en zich over grote delen van ons land hebben verspreid. Ook trekken mensen met hun honden steeds vaker de natuur in. Dit heeft ertoe geleid dat het besmettingsrisico is toegenomen.

Tekenseizoen
Larven, nimfen en volwassen teken zijn doorgaans actief van maart tot eind oktober, met een piek in het voorjaar en het najaar. Mens en dier lopen het hele tekenseizoen risico om te worden gebeten. In de winter zijn teken niet actief. Alle stadia kunnen de winter overleven.

Besmettingsrisico
Teken komen overal voor en niet, in tegenstelling tot wat vaak nog wordt gedacht, alleen in bos- en natuurgebieden. Teken zijn ook te vinden in kust- en duingebieden, stadsparken en tuinen. De afgelopen jaren hebben teken veel terrein gewonnen en zijn nu over grote delen van ons land verspreid. Daarnaast zijn er tekensoorten, die oorspronkelijk niet in ons land voorkwamen, maar zich nu ook in ons land hebben weten te vestigen (Dermacentor teek). Het succes van teken in Nederland heeft een aantal oorzaken:
  • Een toename van natuurgebieden en recreatiegebieden.
  • Het met elkaar verbinden van natuurgebieden door bijvoorbeeld ecoducten. Hierdoor kunnen gastheren met aangehechte teken zich over grotere delen van het land verspreiden.
  • Een toename van het aantal gastheren. De jacht op reeën is bijvoorbeeld aangescherpt. Het aantal reeën is hierdoor fors toegenomen. Ook de leefomstandigheden van knaagdieren zijn verbeterd.
  • Klimaatveranderingen. Teken voelen zich in Nederland steeds meer thuis. Hierdoor is het mogelijk dat teken, die hier oorspronkelijk niet voorkwamen kunnen overleven.
  • Een toename van recreatie. Honden die mee op vakantie gingen naar Zuid-Europese landen namen bijvoorbeeld de Dermacentor teek mee terug naar ons land. Deze teek heeft zich nu permanent weten te vestigen. Ook in ons land zelf trekken steeds meer mensen, al dan niet met de hond, erop uit. Hierdoor is de kans om door een teek te worden gebeten sterk toegenomen.

Hoe meer teken er in een gebied voorkomen, hoe groter het risico om te worden gebeten. Jaarlijks worden naar schatting 1 miljoen mensen gebeten door een teek. Honden worden zeer waarschijnlijk nog veel vaker gebeten.

Hoog besmettingsrisico
In gebieden waar veel teken voorkomen is de kans om gebeten en eventueel met ziekteverwekkers besmet te worden groot. We noemen dit een gebied met een hoog besmettingsrisico. Tot deze gebieden worden alle bos- en natuurgebieden, kust- en duingebieden en steden waar bijvoorbeeld de Dermacentor teek is gesignaleerd gerekend.
In deze gebieden is zeer intensieve bescherming noodzakelijk!

Laag besmettingsrisico
In overige gebieden, zoals stadsgebieden is de kans op een tekenbeet veel minder groot.
In deze gebieden kan volstaan worden met een minder intensieve bescherming.

Aanhechting
Nadat de teek op zijn gastheer is beland begint de zoektocht naar een geschikte plek om vast te hechten en bloed te zuigen. De teek heeft daarbij een aantal voorkeursplekken. Nadat een geschikte plek is gevonden boort de teek zich in de huid en zet zich vast.

Eenmaal vastgehecht wordt door de speekselklieren van de teek een laagje ‘cement’ gemaakt. Dit ´cement’ wordt rond de monddelen van de teek afgezet. Hierdoor ligt de teek extra goed verankerd. Dit proces verloopt langzaam, waardoor de teek de eerste paar uur vrij makkelijk te verwijderen is. Aan het einde van de bloedmaaltijd wordt een deel van dit cement weer opgelost, waardoor de volgezogen teek makkelijk kan loslaten. Daarnaast bevat het speeksel stoffen met een verdovende en antibloedstollende werking. Hierdoor wordt de tekenbeet meestal niet gevoeld en kan de teek zich ongemerkt ergens aanhechten.

Voorkeursplekken
Teken kunnen overal op het lichaam aanhechten om bloed te drinken, maar zijn het meeste te vinden op plaatsen waar de huid dun, warm en vochtig is. Dit noemen we de voorkeursplekken van de teek.

Voorkeursplekken mens
Bij de mens voelen teken zich het meest comfortabel in de liezen, oksels, knieholten en op de buik. Bij kinderen worden teken vaak gevonden op het hoofd, in de hals, achter de oren en bij de haargrens.

Voorkeursplekken hond en kat

  • rond en in de oren
  • op de kop en in de nek
  • tussen de tenen
  • in de oksels en liezen
  • rond de staart
Tekenbestrijding

Noodzaak!
Door de terreinwinst van teken is het besmettingsrisico voor mens en dier toegenomen. Dit maakt preventie en intensieve tekenbestrijding noodzakelijk.

Tekenbestrijding bij de mens
Ter preventie van tekenbeten kunnen middelen die 30% DEET (diëthyl toluamide) bevatten op het lichaam worden aangebracht. Anti-muggenmiddelen bevatten meestal minder dan 30% DEET, waardoor ze niet voldoende werkzaam zijn. Verder is het mogelijk om de kleding te behandelen met permethrin. Voorzichtigheid is hierbij wel geboden, omdat overgevoeligheid voor permethrin kan voorkomen.

Voorzorgsmaatregelen
Blijf zoveel mogelijk op de paden en draag goed sluitende kleding en dichte schoenen. Draag bij voorkeur een lange broek, waarbij u de broekspijpen in uw sokken kunt stoppen. Controleer uw lichaam systematisch op teken, wanneer u gebied bent geweest met een hoog besmettingsrisico. Kinderen lopen, door hun geringe lengte en manier van spelen in de natuur, meer risico om gebeten te worden. U kunt dit risico verkleinen door ze in ieder geval van een shirt met lange mouwen en een pet te voorzien.

Controle
Controleer uw kleding en huid regelmatig en systematisch, zeker wanneer u in een gebied bent geweest met een verhoogd besmettingsrisico. Geef daarbij extra aandacht aan de voorkeursplekken van de teek. Sla bij de controle uw kinderen niet over!

Gebeten, wat nu?
Wanneer u door een teek bent gebeten noteer dan de datum. Verwijder de teek met behulp van een speciale tekenpincet. Dit is een pincet met vrij brede, platte bek, die zich automatisch sluit. Draai de teek er voorzichtig uit (niet trekken). Druk de teek daarbij niet plat. Ontsmet de huid daarna met alcohol of jodium. Verdoof de teek vooraf niet, omdat dan juist ziekteverwekkers kunnen worden overgedragen.

Controleer de plaats van de beet gedurende een aantal weken op het ontstaan van een rode plek. Indien u een rode plek kunt waarnemen, raadpleeg dan uw huisdarts en vermeldt de datum van de tekenbeet.

Tekenbestrijding bij de hond
Nu de voor honden levensgevaarlijke Dermacentor teek zich permanent in Nederland heeft gevestigd zijn de ideeën over tekenbestrijding bij honden veranderd. Het is nu noodzakelijk honden gedurende het hele tekenseizoen intensief te beschermen, zeker in gebieden met een verhoogd besmettingsrisico.

Verhoogd besmettingsrisico
Om een hond goed te beschermen tegen teken moet het anti-tekenproduct over het gehele lichaam in voldoende mate aanwezig zijn. Het moet ook mogelijk zijn om extra aandacht te besteden aan de voorkeursplekken van teken. Een spray is hiervoor de beste oplossing. Met een spray is er een gegarandeerde verspreiding van de werkzame stof over het hele lichaam, waaronder de voorkeursplekken. Een ander voordeel is het gemak van nabehandelen (lees voor gebruik van een spray de bijsluiter).
Defendog spray bevat permethrin en voldoet aan alle bovenstaande eisen. Hierdoor is uw hond binnen enkele minuten volledig en maximaal beschermd, en worden teken binnen één uur gedood. Dit is belangrijk vanwege de overdracht van (dodelijke) ziektes door teken.

Alternatieve toedieningsvormen
Alternatieve toedieningsvormen zoals een tekenband of een spot-on (pipetje in de nek) zijn wel makkelijker, maar hebben meer tijd nodig om zich over het lichaam te verspreiden. Bovendien kan geen extra aandacht worden besteed aan de voorkeursplekken van de teek. Laat u bij de keuze van een alternatieve toedieningsvorm goed voorlichten door uw dierenarts. Niet alle producten zijn tekenwerend en werken even snel.

Overige gebieden
In gebieden waar teken minder vaak voorkomen is het besmettingsrisico lager en volstaat een alternatief anti-tekenproduct. Een tekenband bijvoorbeeld geeft in deze gebieden een dekkende bescherming. Preventic-B tekenband voor honden, met de werkzame stof bendiocarb, is gemakkelijk in het gebruik en biedt een langdurige bescherming. Bendiocarb doodt aangehechte teken voordat ze hun bloedmaaltijd hebben kunnen voltooien en verkleint zo de kans dat ziekteverwekkers aan uw hond kunnen worden overgedragen.

Tekennest
Indien uw hond bedekt is met heel veel kleine teken, kan het zijn dat uw hond in een tekennest (een broedplaats voor teken) heeft gezeten.
Defencare shampoo, een antiparasitaire shampoo met permethrin, is zeer geschikt om alle teken in één keer te verwijderen. Vervolgens kunt u uw hond beschermen met één van de bovenstaande anti-tekenproducten, afhankelijk van het gebied waar u woont.

Controle
Het is belangrijk uw hond minimaal één keer per dag goed op de aanwezigheid van teken te controleren, zeker nadat u in een gebied met een verhoogd besmettingsrisico bent geweest. Controleer systematisch en geef extra aandacht aan de voorkeursplekken van de teek. Wanneer u een aangehechte teek vindt is deze eenvoudig te verwijderen. Hiervoor zijn verschillende producten te koop, zoals tekenpincetten, tekenlasso’s en tekenhaakjes. Verdoof de teek niet! Dit doet meer kwaad dan goed.

Tekenbestrijding bij de kat
Helaas zijn de bovengenoemde werkzame stoffen (permethrin en bendiocarb) niet geschikt voor het gebruik bij de kat. Contoleer in ieder geval in het tekenseizoen één keer per dag uw kat op de aanwezigheid van teken. Let dan vooral op de voorkeursplekken van teken.

Anti-tekenproducten
Een goede voorlichting is belangrijk bij de bestrijding van teken. Wij kunnen u goed informeren welke producten voor uw dier geschikt zijn. Wij hebben veel kennis over teken, tekenziekten en tekenbestrijding. Daarnaast hebben wij inzicht in de gezondheid van uw huisdier en kunnen wij u precies vertellen waar u op dient te letten om uw huisdier zo gezond mogelijk te houden.