Thema 2007: Dier & Taal
Alweer voor de zesde keer wordt er gedurende een hele week, van zaterdag 5 tot en met zondag 13 mei 2007, aandacht besteed aan het verantwoord houden van dieren. De Week van het Huisdier is een initiatief van diverse organisaties binnen de dierenbranche die gezamenlijk voorlichting geven. Zoals elk jaar wordt er voor de Week van het Huisdier een ander thema gekozen. Dit jaar is het thema: Dier & Taal.
De rode draad is communicatieverbetering tussen mens en huisdier en daardoor verbetering van het dierenwelzijn. Een subtitel zou kunnen zijn "luister naar je dier". Bij het thema kan ook gedacht worden aan lichaamstaal: hoe een dier laat zien dat hij het naar zijn zin heeft. Hoe kan je zien of een dier goede voeding krijgt, gezond is of dat zijn huisvesting voldoende is afgestemd op de natuurlijke leefomgeving? Klik op de onderstaande buttons om meer te weten te komen.
Het thema Dier & Taal is belangrijk omdat in het omgaan met dieren nog wel eens miscommunicatie ontstaat. Dieren kunnen niet praten zoals mensen. Toch hoeven zij geen woorden te gebruiken om iets duidelijk te maken; dieren communiceren gewoon op een andere manier. Het is heel belangrijk dat je deze taal van je dier leert begrijpen. Want als je weet wat dieren bedoelen, kun je eventuele problemen voor zijn. Op deze website staat alle informatie over het huidige thema, maar ook over de thema’s van voorgaande jaren.
In een speciaal voor de Week van het Huisdier ontworpen stripboek spelen de dieren van Jan, Jans & de kinderen de hoofdrol. Op een leuke manier wordt er voorlichting gegeven over de communicatie tussen mens en dier. Mede dankzij de financiële ondersteuning van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, de overige Vrienden (sponsors) en de initiatiefnemers is het mogelijk dit boekje in de Week van het Huisdier gratis op te halen in onze praktijk. Veel leesplezier!
|
Honden |
Inleiding
In de omgangstaal wordt de term communicatie vaak als synoniem gebruikt voor “praten”. Voor de doorsnee hondeneigenaar wordt “praten” beschouwd als dé manier om met je hond te communiceren. Tussen honden onderling is vocale communicatie echter het minst belangrijk: honden houden vooral rekening met lichaamstaal, lichaamshoudingen en geursignalen.
Communicatie – wat is dat ?
Er is sprake van ‘communicatie’ wanneer een individu ( de zender), een signaal uitzendt, dat de zintuigen van een ander individu (de ontvanger) prikkelt. Dit kan een gezichts-, gehoor-, geur- of een tastzin prikkel zijn. De informatieve waarde van het “signaal” wordt bepaald door de aard, maar wordt daarnaast sterk beïnvloed door het verband waarin het signaal wordt uitgezonden. Op deze manier zal elke ontvanger een specifieke betekenis geven aan de naar hem/ haar toegestuurd signaal, afhankelijk van zijn waarneming, zijn bewustzijn, zijn emoties en zijn levenservaring. Communicatie houdt dus verband met “betekenis” geven aan een uitgezonden signaal en gaat daardoor gepaard met een leerproces. Het is net dit leerproces, dat aan de basis ligt van sommige mythes en misverstanden in de communicatie tussen hond en mens.
Hoe goed communiceert mijn hond?
Honden beschikken over een uitgebreid palet van communicatiekanalen: tastzin (tastharen – huid – lichaam) , visueel (uiterlijk – mimiek – lichaamshoudingen), geur (geursignalen via urine, ontlasting, anaalklieren – feromonen) en gehoor (vocaal: blaffen, grommen, janken huilen – niet vocaal: hijgen, tanden klapperen). Onderzoek heeft aangetoond dat de intensiteit en het gebruik van de verschillende communicatiesystemen, maar ook de vaardigheden van honden onderling, individueel sterk kunnen verschillen. De specifieke gedragingen die verband houden met communicatie worden deels bepaald door de individuele genetische achtergrond. Zo kunnen bepaalde vaardigheden ten gevolge van selectie sterk wijzigen (de breedte van het gezichtsveld ivm de vorm van de schedel, het verminderen van de mimiek bij honden met meerdere huidplooien of lange beharing op de kop). Naast de genetische basis wordt het communicatiegedrag van honden ook sterk beïnvloed door omgevingsinvloeden. Qua gedragsontwikkeling spelen de zintuiglijke ervaringen in de eerste drie levensmaanden een cruciale rol voor de opgroeiende pup. Zo weet men dat de sociale vaardigheden en opvoedingstechnieken van de teef, alsook de aard, de intensiteit en de frequentie van contacten met “mensen” (volwassenen, kinderen / mannen, vrouwen), alsook de blootstelling aan omgevingsprikkels (geluiden, voorwerpen, voertuigen) die de pup in deze periode doormaakt, een gevolg hebben op de manier waarop de hond in het latere leven met nieuwe situaties zal kunnen omgaan. Bijkomend kunnen alle factoren die de fysieke gezondheid aantasten alsook leeftijdsgebonden factoren de communicatievaardigheden van de hond negatief beïnvloeden.
Mythes en misverstanden in de communicatie tussen hond en baasje
Ondanks het feit dat “gedrag van huisdieren” in de laatste decennia een plaats heeft veroverd als “wetenschap”, bestaan er nog veel mythes en misverstanden betreffende communicatie tussen mens en hond.
Een populaire mythe is bijvoorbeeld dat ‘honden bijten omdat ze dominant zijn’. Een andere mythe is dat ‘honden die uitvallen naar vreemde mensen, ooit wel eens een trap of een schop hebben gekregen van een vreemde‘ en dit hun gedrag verklaart. Nog een mythe is dat ‘honden die op de schoot van het baasjes zitten en naar een kindje snauwen dat probeert hen te aaien, gewoonweg jaloers zijn’ of ‘de baas willen zijn’. Wanneer baasjes geloof hechten aan deze mythes en hierop reageren alsof dit de realiteit is, kan dit de aanleiding zijn voor tal van misverstanden tussen hond en baasje.
Besluit
Goede communicatie tussen hond en baasje, heeft niets te maken met “baas” zijn of “dominant” zijn; goede communicatie behoeft geen krachtmeting, noch confrontatie. Goede communicatie tussen hond en baas is gebaseerd op het begrijpen van elkaar’s mogelijkheden en beperkingen. Om het welzijn van hond en baas te verbeteren is het dus van belang dat baasjes weten dat er specifieke verschillen bestaan in communicatie tussen hond en mens alsook dat baasjes weten op welke manier verbale reacties en lichaamstaal het gedrag van de hond beïnvloedt.
|
|
Katten |
Inleiding
De communicatie van katten is veelzijdig en gecompliceerd. Bovendien zijn lang niet alle vragen die bestaan op het gebied van kattencommunicatie al beantwoord. Daar is nog veel wetenschappelijk onderzoek voor nodig. Maar om katten echt te begrijpen is het belangrijk wel kennis over de wijze van communiceren van katten te hebben.
Lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen en staart
Het groter of kleiner maken van het lichaam geeft aan of een kat agressief of angstig is. Daarbij heeft de kat ook de mogelijkheid om de haren op te zetten.
De staart kan recht omhoog staan, vaak met haren die dan uit gaan staan, of plat tegen het lichaam aan liggen.
Ook de stand van de oren drukt deze gemoedstoestand nog verder uit. De oren kunnen plat tegen de kop aan gedrukt worden, de zogenaamde platte pet en de oorschelp kan gedraaid worden. Ook de pupillen kunnen groot worden of nauw zijn.
Geluiden
Het belang van geluid kan nauwelijks overschat worden. Katten kunnen beter horen en reageren, ook fysiologisch, op een veel breder scala aan geluiden dan honden of mensen. Een van de waarschijnlijk belangrijkste geluiden die katten maken is het spinnen of snorren. Er zijn een aantal redenen waarom katten dat doen. Ze doen het als ze zich prettig voelen, maar ook als ze bijvoorbeeld op de behandeltafel van de dierenarts staan. Dan doen ze het waarschijnlijk als een verzoek om hulp of als “drug” om zich lekkerder te voelen.
Geur(klieren)
Katten hebben op verschillende plaatsten geurklieren. Katten kunnen met deze geurklieren tegen objecten aanwrijven om hun feromonen af te geven. Feromonen zijn geuren die ze gebruiken om te communiceren met soortgenoten. Deze feromonen spelen een heel belangrijke rol in de communicatie van katten. Tot op dit moment heeft men 43 verschillende feromonen ontdekt.
Allomonen zijn geuren die gebruikt worden om te communiceren met leden van andere diersoorten.
Feromonen en allomonen zijn een vetachtige substantie die een “sterke” geur bij zich hebben.
Urine speelt bij katten een rol in het reguleren van het sociale gedrag. Wie heeft er nog nooit de urine van een sproeiende intacte kater geroken. Alle katten kunnen in principe sproeien, ook poezen en gecastreerde katers, alleen is de lucht van deze urine veel minder sterk. Katten sproeien om hun territorium af te zetten.
Onduidelijk is nog wat de rol van de geur van feces van katten is. In het territorium wordt het vaak begraven, maar aan de buitengrenzen van het territorium laten katten het vaak onbedekt liggen. Meer onderzoek is nodig om de exacte betekenis hiervan te achter halen.
Eigenaren en hun katten
Uit onderzoek is gebleken dat 24% van de katteneigenaren één of meer gedragsproblemen met zijn of haar kat(ten) ervaart. Een van de oorzaken hiervan is dat eigenaren van katten deze lichaamstaal op dezelfde manier als de lichaamstaal van honden interpreteren. Katten hebben echter een totaal andere lichaamstaal. Ook kennen eigenaren allerlei menselijke eigenschappen aan hun kat toe. Vaak vergeet men om goed naar de kat te kijken en proberen te begrijpen wat katten werkelijk bedoelen en voelen.
|
|
Kleine zoogdieren |
Van de taal van de kleine zoogdieren zoals hamsters, cavia’s, konijnen maar ook ratten en muizen weten we eigenlijk nog maar heel weinig. Ze zijn kleiner dan honden en katten, maar daarom niet minder leuk. De volgende tips zorgen ervoor dat kleine zoogdieren zich nog beter thuis voelen.
Overdag slapende hamster
Hamsters zijn nachtdieren en slapen daarom overdag een groot deel van de tijd. Laat een slapende hamster maar lekker liggen want hamsters zijn niet echt blij als ze wakker gemaakt worden. Sterker nog, hij zou wel eens kunnen gaan bijten! Overigens wonen hamsters het liefst alleen? Zitten er twee in een kooi bij elkaar dan gaat het soms wel een tijdje goed maar na verloop van tijd zullen hamsters altijd met elkaar gaan vechten. Lekker alleen laten wonen dus.
Verkeerd oppakken van konijn, rat of cavia
Dieren zijn geen speelgoed, maar levende wezens. Het is daarom belangrijk het dier op de juiste manier op te pakken. Een konijn hoort niet aan de oren of het nekvel opgetild te worden; ratten niet aan de staart en een cavia vindt het natuurlijk niet fijn als ‘ie wordt geknepen. Het beste kan het dier met een hand worden ‘opgeschept’. Gebruik altijd de andere hand om de achterkant van het konijn goed te ondersteunen en druk hem dicht tegen je aan. Konijnen kunnen zo hard trappen met hun achterpoten dat ze hun rug kunnen breken.
Agressief konijn
Konijnen zijn niet altijd zo lief en aardig als ze er uit zien. Met name vrouwelijke konijnen kunnen soms hun hok fel verdedigen en bijten als iemand bij hun in de buurt komt. Dit probleem is soms op te lossen door het konijn te laten castreren door de dierenarts. Een konijn dat van jongs af aan goed gehanteerd is en dus gewend aan menselijk contact zal echter zelden agressief reageren. Konijnen hebben graag gezelschap, maar ook onderling kunnen ze behoorlijk vechten. Sommige mensen lossen dit op door het konijn gezelschap te geven van een cavia. |
|
Vogels |
Inleiding
Elk dier stuurt constant signalen de wereld in waarmee het probeert te communiceren met de omgeving. Het is voor de ongeoefende kijker niet altijd duidelijk dat er een signaal wordt afgegeven. Deze signalen leren herkennen en vertalen naar een specifiek probleem en mogelijk naar de oplossing van het probleem is een uitdaging voor eigenaar en dierenarts.
De papegaaien
Toch wordt er door dieren meer gesproken dan eigenaren verwachten. De papegaai die makkelijk associaties legt met bepaalde gebeurtenissen en daar woorden of hele volzinnen aan koppelt is niet alleen een naprater maar geeft daarnaast ook zelf permanent signalen af met als doel de omgeving te informeren over zijn gemoedstoestand, zijn fysieke conditie maar ook zijn bedoelingen en wensen. De vogels en bijzondere dieren gebruiken spijtig genoeg niet de voor ons duidelijke signalen zoals gesproken taal. Een papegaai die zijn woordenschat zou kunnen inzetten om met stemgeluiden zijn kwaal te beschrijven of te lokaliseren is uiterst zeldzaam. Spreken blijft een aangeleerde vaardigheid die beslist kan worden gekoppeld aan een gevoel of een gebeurtenis maar dan moet er een trainingsmoment in verwerkt zitten. Als een papegaai regelmatig last heeft van een bepaalde kwaal zou je de vogel kunnen leren daar een woord of geluid aan te koppelen waarmee de vogel ons zou wijzen op een bepaalde situatie.
Luisteren naar lichaamsbewegingen
De van nature, volop aanwezige, signalen zijn veelal subtiel maar zichtbaar voor de geoefende kijker. Bepaalde pupilbewegingen, kleine veranderingen in de stand van het verenkleed, aanpassingen van de doorbloeding of kleur van onbedekte huiddelen, typische geluiden of bewegingen, allemaal zichtbaar voor ons. In de praktijk blijkt ook vaak dat ervaren eigenaren signalen wel oppikken maar niet precies kunnen aangeven wat het betreffende signaal is.
Een eigenaar ziet vaak pas dat zijn vogel ziek is als die op de grond van zijn verblijf zit. Op zo’n moment is die situatie reeds te vergelijken met een mens die met zwaailicht en sirene naar het ziekenhuis wordt vervoerd. In de fase voorafgaand aan deze toestand zijn er legio signalen gemist. Signalen die met enige scholing ook door de minder ervaren eigenaar kunnen worden herkend.
Luisteren naar kleuren
Kleuren en geluiden zijn naast houding, gedrag en verenkleed prachtige mogelijkheden om te communiceren mits wij ze maar herkennen. Vogels kunnen ook delen van het uv-spectrum zien waarmee ze signalen naar hun omgeving afgeven. Deze uv-signalen maar tevens ook de voor ons zichtbare kleuren geven bijvoorbeeld duidelijk aan hoe de algemene fysieke gesteldheid van een vogel is en zelfs informatie over de huisvesting.
Voorbeelden uit de mensenwereld
Gebruik maken van overdrijvingen helpt maar vertalen van de geconstateerde problemen naar alledaagse situaties of omzetten in herkenbare tot de verbeelding sprekende voorbeelden uit de eigen menselijke belevingswereld is bijzonder effectief. Een voorbeeld van een zeer efficiënte is de vergelijking van zonnepitten en pinda’s in het papegaaiendieet met friet en mayonaise in ons eigen menu. Iedereen kan zich voorstellen dat dag in dag uit friet eten niet gezond is, ook niet voor kokootje.
|
|
Vissen |
Met vissen kan natuurlijk niet geknuffeld worden, ze kunnen ook niet worden uitgelaten, geaaid of opgepakt. Een vis maakt ook geen geluid: ze blaffen, miauwen of grommen niet. Toch houden een heleboel mensen vissen. Vissen zijn namelijk heel mooi om te zien zowel in een aquarium als in de vijver in de tuin.
Aquarium verschonen
Gebruik bij schoonmaken of het verversen van het aquarium vers water met dezelfde temperatuur als het water waar de vissen uitkomen. Vissen kunnen er namelijk behoorlijk van schrikken als ze ineens in kouder water terecht komen. We noemen dat ‘temperatuurshock’. Gebruik eventueel een thermometer om er zeker van te zijn dat de temperatuur goed is. Deze zijn te koop bij de meeste dierenwinkels.
Voeren
Als vissen worden gevoerd let er dan op dat ze niet te vaak eten of teveel voer ineens krijgen. Voer dat niet meteen wordt opgegeten zorgt namelijk voor een vertroebeling van het water. Bovendien kunnen restjes voer in het water gaan rotten of als voedingsbodem voor ziektekiemen dienen. Vissen in de vijver stoppen met eten als de temperatuur buiten lager is dan 10 graden. Ze hoeven dan dus ook niet meer te worden gevoerd.
|
|
Reptielen |
Inleiding
Om te kunnen communiceren beschikken mens en dier over een groot scala van mogelijkheden. Visuele communicatie is zeer geschikt als middel wanneer de afstanden tussen de dieren niet erg groot zijn. Veel dieren beschikken over geluid, al dan niet via stembanden gevormd. Communicatie, in welke vorm dan ook is belangrijk om te kunnen overleven, als waarschuwing voor andere soorten, als middel om de dieren van de andere sekse van dezelfde soort te kunnen herkennen voor de voortplanting.
Veel reptielen en amfibieën maken wel geluiden, maar als mens herkennen wij die niet als spraak. Vrijwel alle slangen en veel hagedissen gebruiken hun tong om geuren uit de omgeving via hun orgaan van Jacobson te analyseren. Slangen en schildpadden hebben geen uitwendig oor, ze horen dan de geluiden niet zoals b.v. de zoogdieren, maar ze voelen trillingen uit de omgeving.
Schildpadden
Schildpadden zullen zich ter bescherming zo veel mogelijk in hun schild terug trekken. Hierbij worden de weke delen zoveel mogelijk beschermd. Sommige soorten, b.v. moerasschildpadden, zijn makkelijk prikkelbaar en zullen trachten de belager te bijten.
Hagedissen
Een mooi voorbeeld van communicatie onderling is de kleurverandering bij kameleons.
Deze dieren hebben een transparante oppervlakkige laag van de huid. Hieronder liggen 2 goed onderscheiden cellagen die rood en geel pigment bevatten. In de opperhuid zijn lagen cellen aanwezig die blauw of wit reflecteren. De diepste laag bestaat uit melanine- pigment bevattende cellen, uitlopers hiervan reiken tot aan het oppervlak. Om de kleur van de huid te veranderen krimpen of zetten deze pigment bevattende cellagen uit. Hierdoor kunnen de verschillende kleuren gemengd tot uiting komen. Wanneer een kameleon gestresst is, kan hij het melanine naar de oppervlakte sturen, waardoor de witte laag wordt geblokkeerd en het dier donkerder wordt. Wanneer de gele cellen boven de blauwe groter worden wordt het dier groener. De diverse kameleon soorten beschikken over verschillende kleuren die naar gelang de behoefte tot uiting kunnen komen. Het heeft echter absoluut niets met de omgeving te maken, maar met de aanwezige kleurmogelijkheden die het dier tot zijn beschikking heeft. De mogelijkheid om van kleur te kunnen veranderen speelt een essentiële rol in het sociale leven van deze dieren. De kleurveranderingen worden gebruikt door mannelijke kameleons om hun concurrenten te imponeren. Het dier zal proberen zich zo groot mogelijk te maken door zijn longen vol met lucht te pompen, dwars te gaan staan, een eventuele keelflap uit te zetten en zijn mooiste en indrukwekkendste kleuren naar voren te brengen. Pas in een laat stadium van dit indrukwekkende gedrag wordt er met open bek gedreigd, of als de ander het allemaal nog steeds niet begrijpt gebeten. Daarnaast zal het mannetje wanneer hij een vrouwtje van dezelfde soort tegenkomt zich zo kleurrijk en vriendelijk mogelijk maken. Samenvattend kan worden gesteld dat kameleons hun kleurveranderingen gebruiken voor soort en geslacht herkenning, en dat het niets te maken heeft met de omgeving.
Veel andere hagedissen zijn ook instaat een beperkte kleurverandering te induceren. Vaak gebeurt dit t.g.v. stress, maar meestal is het fysiologisch om hun temperatuur te reguleren.
Veel eigenaren van reptielen die als huisdier worden gehouden zijn er van overtuigd dat ze een band met hun dier hebben. In een aantal gevallen zijn de reptielen zo gewend aan hun omgeving dat ze de eigenaar net zo min gevaarlijk als hun waterbak vinden en daar helemaal niet op reageren. Wanneer men dit soort dieren in gevangenschap houdt is het natuurlijk belangrijk dat men het gedrag wat bij de communicatie hoort herkent.
De meeste reptielen zullen in het geval van angst proberen te vluchten. Een gestreste kameleon zal veel donkerder van kleur worden. Een boze dus gestreste baardagame zal vooral een zwarte baard laten zien . Een leguaan die gedwongen wordt tot defensief gedrag zal zich zo groot mogelijk maken, zijn keelflap uitzetten, en de staart klaar houden om te slaan. Dit gedrag vertelt de tegenstander, dus ook de mens dat hij of zij uit de buurt moet blijven. Wanneer het genegeerd wordt en het dier toch wordt gepakt zal hij slaan met zijn staart, bijten en krabben en als een soort krokodil om zijn lengteas draaien om maar weg te komen. In de voortplantingsperiode kunnen de mannetjes erg onrustig worden. Ze veranderen van kleur, eten minder en willen hun verblijf uit. Soms vallen ze mensen, die ze blijkbaar zien als rivalen aan. In andere gevallen proberen ze met een mens te paren. Varanen kunnen ter waarschuwing enorm gaan blazen, dit geschiedt vaak met de bek geopend. Wanneer deze waarschuwing wordt genegeerd, bijten ze.
Slangen
Bij de verschillende soorten slangen zijn verschillende waarschuwingen en dus communicatie tekens mogelijk. Het gemakkelijks herkenbaar is het geluid van een ratelslang. Doormiddel van de laatste paar losse verhoornde schubben in de staart kunnen ze het geluid maken. Hierbij nemen ze een opgerolde houding aan waarbij ze hun lichaam beschermen, en hun hoofd met giftanden kunnen uitslaan indien de tegenstander hun communicatie niet begrijpt. Sommige niet giftige slangen, die geen ratel hebben apen deze manier van waarschuwing na. De korenslang en melkslang kunnen door heftig bewegen met hun staart een slap aftreksel maken van het geluid van een ratelslang. Dit is natuurlijk bedoeld om te imponeren en een mens te verjagen.
Sommige slangen b.v. de rode melkslang hebben gedurende de evolutie het kleurpatroon van een giftige slang, de koraalslang, nagemaakt, in de hoop dat de tegenstander het idee krijgt dat ze erg gevaarlijk zijn en dat ze met rust gelaten worden.
De ringslang heeft niet er veel mogelijkheden om zich te verdedigen tegen roofdieren, dus wanneer hij aangevallen wordt houdt hij zich dood. Hierbij gaat hij op zijn rug liggen en laat rood vocht uit de mond komen. Veel slangen die bij het hanteren in paniek raken, legen hun cloacaal klieren, wat een afschrikwekkende lucht verspreid.
Kikkers en padden
Echt indrukwekkende geluiden kunnen worden gemaakt door kikkers en padden. Deze dieren kunnen in de paringstijd doormiddel van de keelzak hun paringsroep enorm versterken. In sommige gevallen in gevangenschap wordt dit gedrag en dus het geluid geïnduceerd door gewone huishoudelijke apparaten zoals een stofzuiger. Daarnaast bevat de huid van pijlgifkikkers een zeer potent gif. Met hun zeer felle kleuren worden andere dieren gewaarschuwd dat ze op afstand moeten blijven.
Alle padden hebben een verschillende mate van gifklieren. De Zuid Amerikaanse reuzenpad, heeft zeer goed ontwikkelde gifklieren en kan in geval van ernstige irritatie dit gif zelfs uit de klieren spuiten. Wanneer dit in de bek van een hond komt kan het dodelijk zijn. |
| |
|